Millingen in oude ansichten: Pensionaat "du Sacré Coeur"


Hier volgt een overzicht van mijn verzameling oude ansicht- en prentbriefkaarten van Millingen aan de Rijn. Op dit moment bestaat mijn verzameling uit circa 300 kaarten. Uiteraard blijft de verzameling groeien en ben ik continu op zoek naar ansicht of prentbriefkaarten. Heeft u oude ansichten van Millingen neem dan contact op met:

Erik Janssen, Eisenhowerstraat 35, 6566 CR Millingen aan de Rijn. Telefoon 0481-432310

 


Klik op de ansicht en u ziet het originele formaat, veel plezier

1899 1907 1908 1909 1910 1911-1 1911-2 1911-3 1911-4 1911-5 1911-6 1911-7 1911-8 1911-9 1911-10 1911-11 1911-12 1911-13 1911-14 1911-15 1912 1914 1917 1921 1925 1935 1938

 Home


Tekst overgenomen uit "Geschiedenis van Millingen aan de Rijn" A. Ch. Jeurissen 1957.

Door en met de nieuwe school van 1858 schenen de zusters nog geen bestaansmogelijkheid te hebben. Men schreef; "Noch de vrijgevigheid der Millingenaren, noch de harde arbeid der zusters stelden haar in staat in haar onderhoud te voorzien". Het hoofdbestuur kreeg van Mgr. Zwijsen toestemming de stichting tot een pensionaat in te richten, aanvankelijk alleen bestemd voor schipperskinderen die te Millingen hun domicilie hadden. Deze omzetting had plaats in 1863. Het pensionaat kwam tot bloei. Daarom werden in 1894 aan het hoofdgebouw leerscholen toegevoegd. In de bovenlokalen verbleven de pensionaires. Toen in 1897 't gesticht in eigendom aan de kongregatie J.M.J. overging - voordien was het gemeentelijk bezit geweest - werd de weleerwaarde heer J. v.d. Akker tot rector benoemd. Steeds hadden 't  klooster en de scholen uitbreiding nodig. In 1898 werd er een vleugel bij aangebouwd, terwijl in 1914 een praktische huishoudschool aan het geheel werd toegevoegd. Na de toewijding van het pensionaat aan het H. Hart werd in 1921 van het hoofdbestuur toestemming verkregen, om met een U.L.O.-school te beginnen voor pensionaires en externen. Van 1901 tot 1917 genoten op 't pensionaat 700 leerlingen hun opleiding. in 1917 telde 't  gesticht 45 Zusters en jaarlijks 120 pensionaires, terwijl in 1917 tweehonderd leerlingen op de lagere school hun onderwijs genoten. In 1945 werd het Pensionaat door brand verwoest.


Tekst overgenomen uit "Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2. drs J.H.S. van Herten 1995.

In 1857 werd een commissie gevormd, bestaande uit drie leden van het armbestuur en drie leden van het kerkbestuur. Men verzamelde geld en toog naar de Overste van de Zusters van J.M.J. (de letters staan voor Jezus, Maria, Jozef), Mere Andrienne (Helena Maria Pijpers). In overleg met de Overste werd besloten een klooster van de orde il1 Millingen te stichten. Op 22 november 1857 kwamen vijf zusters: zij vonden onderdak in de boerderij Spijkerhof, nabij de Spijkerhofweg. Men begon al snel met een bewaar- en naaischool. Twee schipperskinderen waren de eerste leerlingen. In 1859 werd begonnen met de bouw van een klooster. Als eerste werd van het hoofdgebouw de benedenverdieping gebouwd. Later kwam er een verdieping op. Op de gevel boven de voordeur stond de spreuk:
"Liefdadigheid heeft mij der jeugd. Gesticht tot werenschap en deugd." De zijvleugel links werd in 1894 gebouwd. Op de begane grond van de vleugel was de dagschool gevestigd. De bovenverdieping was bestemd voor pensionaires. De oprichtingsakte van het "Gesticht voor onderwijs aan jonge meisjes" werd getekend op 7 juli 1858. In het jaar daarvoor werd er al les gegeven aan 39 externe leerlingen en 36 kinderen. In 1858 bedroeg het aantal externen 67, terwijl er 33 kleine kinderen waren. Van de onderwijzeressen waren er ten minste twee afkomstig uit Millingen, juffrouw van Lier en juffrouw Lem, Links naast de zijvleugel is 't Gengske. Aan dit pad, tegenover de ingang van De Bijenkorf staat een stuk muur: her laatste tastbare van het pensionaat dat Millingen rijk is. Het pensionaat was van 1859 tot 1897 eigendom van de gemeente; in dat jaar kocht de congregatie het.
Een niet onaanzienlijk deel van de meisjes die het pensionaat bezochten was van niet onbemiddelde afkomst. Veelal kwamen zij uit Duitsland, hoewel ook schipperskinderen de school bezochten. Duits was een verplicht vak. Uit roeping waren er meisjes uit Millingen die als novice naar het klooster gingen. We kennen de namen van enkelen van hen: Terwindt en Herfkens rond 1860, Van der Velden rond 1920 en Mulders omstreeks 1930. De naam van het pensionaat is niet steeds dezelfde geweest. Een ansichtkaart uit omstreeks 1920 vermeldt "St.Anna Pensionnat du Sacre Coeur". Voor 1919 was het pensionaat toegewijd aan de H. Franciscus Borgia; in dat jaar werd dit veranderd in Jezus 't Hart (Sacre Coeur). In de voortuin werd een levensgroot H. Hartbeeld geplaatst. Aan de tuin van het klooster was een boerderij verbonden. Over de ligging van klooster, pensionaat en boerderij het volgende. De tuin grensde aan het oude kerkhof (Chopinstraat), de zijvleugel links van het hoofdgebouw grensde aan 't Gengske. Het hoofdgebouw stond aan de Chopinstraat, ongeveer waar nu een deel van de basisschool en de bibliotheek zijn gevestigd. Het gehele complex was ommuurd. In de loop der jaren is er nieuwbouw gepleegd. Het rectorshuis aan het St. Antoniusplein werd eind vorige eeuw gebouwd; in 1909 werd een nieuwe bewaarschool annex lag ere school in gebruik genomen, tussen rectorshuis en 't Gengske. De kostschool voor schipperskinderen werd al in 1862 gebouwd, toen het pensionaat in Engelen, iets ten noorden van Den Bosch, werd opgeheven, In 1914 kwam de bouw van de huishoudschool gereed.
Het aantalleerlingen steeg in de loop der jaren, echter ook het aantal onderwijs- en schoolsoorten. Begon men in 1857 met een bewaarschool en handwerkles, in 1914 waren er een pensionaat, een bewaarschool voor armen en dito voor burgers. een lagere school voor armen en dito voor burgers. een huishoudopleiding. een opleiding Christelijke Lering, drie congregaties (H. Maagd, H. Aloysius en H. Engelen) en een patronaat voor meisjes. Her onderscheid tussen een school voor armen en een school voor burgers werd - als gevolg van de leerplichtwet, die in 1901 in werking trad - in 1902 opgeheven. In de loop der jaren zijn er schooltypen verdwenen en bijgekomen. Wat dit laatste betreft zij vermeld dat in 1924 een ULO-school en een naaischool startten: in 1926 werd begonnen met pianoles. In 1940 waren er elf soorten onderwijs. Het vakkenpakket omvatte onder andere lezen, schrijven, rekenen, Duits en Frans. handwerken alsmede vrouwelijke lichamelijke oefeningen en lichaamsverzorging. Dit laatste vak hield verband met de opkomst van besmettelijke ziekten. Tevens werd mens- en dierkunde alsmede aardrijkskunde onderwezen. Bij dit laatste vak werd veel aandacht besteed aan Nederlands Indie; de congregatie verrichtte daar veel missionair werk. Het aantal zusters in het klooster wisselde. In 1895 waren er 13. in 1917 verbleven er 45 en in 1930 telde de gemeenschap 47 zusters. Soeur Marie Josine Sluyters was toen Overste.